Onze school Nieuws Fotoalbum
Dyslexie

Wat is dyslexie? 

Motto:“Een dyslexievriendelijke school is een school, die de problemen die leerlingen met dyslexie op sociaal-emotioneel gebied ondervinden serieus neemt, de problemen vroegtijdig signaleert en deze op een adequate wijze aanpakt. Daarnaast besteedt een dergelijke school ruim aandacht aan de sterke kanten van de leerling, zodat die zich ook optimaal kunnen ontwikkelen.”


1. Definitie van dyslexie

Momenteel wordt in Nederland alom uitgegaan van de werkdefinitie van de Stichting Dyslexie Nederland (uit 2003).

“Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau”.

Kenmerken

1. Deze opvatting houdt in een beschrijvende definitie van dyslexie zonder enige toelichtende of verklarende aspecten (zoals je die wel aantreft bij Van der Leij en Braams)

2. Het gevaar dat ‘ iedereen’ dyslectisch is, wordt afgewend door de noodzaak om dyslexie ‘te bewijzen’ aan de hand van de verklarende diagnosecomponent.


2. Hoe doet dyslexie zich voor?

2a. Twee grote verschijningsvormen:

Optreden van het leerprobleem

 Dyslexie als aanleerproblematiek ( de leerling loopt in groep 3 direct of na enkele maanden vast in een niet-functionerende letterkennis).

 Dyslexie als automatiseringsproblematiek (meestal goed zichtbaar geworden in groep 4, een trage ontwikkeling van lezen en spellen, zeer trage ontwikkeling van het tempo bij tekstlezen, moeizame opbouw van de bijzondere klankgroepen, problematische hantering van de spellingregels).

Omvang van het leerprobleem

 Dyslexie doet zich voor als lees- en spellingsproblematiek (bij de meeste kinderen).

 Dyslexie is overwegend een spellingsproblematiek (bij tamelijk veel kinderen).

 Dyslexie doet zich vooral voor als leesproblematiek (bij tamelijk weinig kinderen).


2b. Verdere en bijkomende problematiek

Het protocol voor leesproblemen en dyslexie voor groep 5-8 noemt de volgende aspecten:

A. Trage verwerkingssnelheid van (talige) informatie. Dit heeft te maken met een algemeen automatiseringsprobleem. De prestaties nemen ook zichtbaar af bij dubbeltaken en werken onder tijdsdruk. Dit valt het meest op in toetssituaties.

B. Niet begrijpen van complexe vragen, terwijl het kind het antwoord wel weet. Kinderen hebben moeite met het plannen en vasthouden van de volgorde van denkstappen.

C. Onthouden van meervoudige instructies, terwijl het kind de afzonderlijke taken wel kan uitvoeren. Dit heeft te maken met het feit dat dyslectici vaak een beperkt korte termijn geheugen hebben.

D. Het onthouden of ophalen van namen uit het geheugen. Dit is bijvoorbeeld een probleem bij topografie.

E. Auditieve en/of visuele perceptie. Er is bij dyslectici aangetoond dat de neurologische processen in het brein anders verlopen dan bij nietdyslectici. Dit heeft als gevolg een vertraging in de verwerking van de auditieve en/of visuele informatie. Uitingen hiervan zijn moeite hebben met overschrijven van het bord en (snel) opschrijven van informatie die wordt gedicteerd door de leerkracht.

F. Een stoornis in de spraak-/ taalproductie, zoals woordvindingsproblemen.

G. Motorische vaardigheden: veel dyslectische kinderen hebben een zwakontwikkelde fijne motoriek hetgeen zich bijvoorbeeld uit in een onleesbaar handschrift.

H. Rekenproblemen: een aantal dyslectische leerlingen heeft moeite met sommige aspecten van rekenen, bijvoorbeeld met (snel) hoofdrekenen, leren van tafels en onthouden van mathematische symbolen. Daarnaast komt voor:
omdraaien van getallen boven de tien, problemen met volgordes, leesfouten bij vraagstukken die woorden bevatten. Dyslectici zijn vaak opvallend goed in het oplossen van moeilijke rekenvraagstukken, terwijl ze een rekenmachine nodig hebben voor de basisbewerkingen.


Conclusie

“Dyslexie is een complex probleem, dat verder gaat dan het niet goed kunnen lezen en/of spellen. Het heeft invloed op het hele cognitieve functioneren en, als het niet op tijd wordt onderkend op school, ook op de sociaal- emotionele ontwikkeling van de leerling.

In de bovenbouw is het daarom van belang bij alle vakken rekening te houden met de lees- en spellingsproblemen, niet alleen bij de taalvakken”.


Samenvattende opmerkingen: belangrijke kenmerken van dyslexie

1. Dyslexie is een onvermijdelijk bijverschijnsel van het onderwijs in lezen en schrijven. De hersenen van 3 tot 5% van de bevolking blijven bij het komen tot geletterdheid in gebreke. Ook met het beste lees- spellingsonderwijs is dyslexie niet te vermijden.

2. Veel dyslectische kinderen vertonen direct in groep 3 grote stagnaties in de opbouw van de letterkennis en ontwikkelen van de woordherkenning en het schrijven van woorden. Dit is de primaire vorm van dyslexie: aanleerproblematiek van de basisvaardigheid van lezen en spellen.

3. De meeste andere dyslectische kinderen laten in groep 4 (en vaak ook nog daarna) een hardnekkig probleem in de automatisering van het (tekst) lezen en spellen zien.

4. De diagnose dyslexie kan op zijn vroegst in de loop van groep 3 of gaandeweg groep 4 worden gesteld.

5. Het diagnostisch oordeel dyslexie kan pas na een grondig psychologisch en pedagogisch-didactisch onderzoek door een ter zake kundige psycholoog of orthopedagoog worden uitgesproken.

6. De meeste dyslectische kinderen vertonen zowel grote moeilijkheden bij het leren lezen als bij het leren spellen. Op latere leeftijd ontwikkelt het lezen zich nog het best en blijven er meest spellingproblemen over.

7. Een aantal dyslectische kinderen laat problemen zien bij andere leergebieden, zoals het vlot en foutloos uitvoeren van de hoofdbewerkingen bij het rekenen (vooral de tafels), het leren van topografie, tijdbegrip (klokkijken), het onthouden/ reproduceren van namen en zwakten in de taalontwikkeling ( bijv. woordvindings -problemen, moeilijkheden met de juiste woordvormen).

8. In de laatste decennia wordt de dyslectische problematiek steeds duidelijker opgevat als een complex taalprobleem (Braams), als resultaat van een minder optimale taalontwikkeling (vooral de fonologische ontwikkeling), als een specifieke stoornis die zich uit als een trage en/of inefficiënte verbale informatieverwerking. Er wordt ook steeds meer bekend over de werkelijke oorzaak van dit alles: minder optimale hersenfuncties (vooral in de taalcentra van de linkerhersenhelft)
Dyslectische problematiek doet zich voor bij uiteenlopende intelligentie. Een goede/hoge intelligentie werkt in principe wel compenserend. Dyslexie belemmert het begrijpend lezen in de regel nauwelijks of niet (behalve als het niveau van tekst lezen te laag is voor de leerling om de inhoud redelijk tot zich te nemen).
Dyslexie heeft vaak een erfelijke component. In de praktijk kom je vaak kinderen tegen waarin vader / moeder dyslectisch is en enkele (of alle) van de kinderen ook.
Dyslexie is lang niet altijd het enige probleem van een kind, niet zelden gaat het samen met andere problemen in het leren en/of gedrag: zoals aandachts-, concentratieproblematiek (ADD), ADHD, meer complexe leerproblematiek en sociaal-emotionele problemen.
Aan dyslexie valt op school en thuis veel te doen. Intensieve en langdurige behandeling levert vaak een goed resultaat op. Dyslectische kinderen moeten veel meer en langduriger inspanningen leveren en bereiken bijna nooit een niveau van lezen en/of spellen dat ‘gewone’ leerlingen zonder of met einig inspanningen bereiken.


Belangrijke waarheden

1. Vroegtijdige onderkenning geeft de beste kans om dyslectische problematiek op te vangen, onder controle te krijgen en met hoogwaardige didactiek te bestrijden. Dyslexie: Wees er als de kippen bij!

2. Laattijdige onderkenning: signaleren en ingrijpen in groep 4 kan worden gezien als een soort “laatste kans”. Intensieve handelingsplannen en/of behandeling moet voor het 9e levensjaar plaatsvinden.