|
De nieuwe CITO normering
Op onze school maken we al jaren gebruik van het leerlingvolgsysteem (LVS) van CITO. Dit zijn toetsen voor o.a. rekenen, spelling, taal, begrijpend lezen en technisch lezen, wereldoriëntatie enz. En voor kleuters de toetsen Ordenen, Ruimte en Tijd en Taal voor kleuters. De CITO toetsen zijn landelijk genormeerd. Dat betekent dat er een vaste score is die is gebaseerd op hoe alle kinderen in Nederland scoren op deze toetsen. Door deze toetsen jaarlijks af te nemen krijg je een redelijk beeld van de ontwikkeling van een kind. Je kan zien hoe het kind scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde, maar ook of het kind zijn eigen ontwikkelingslijn blijft volgen of dat het daar ineens boven of onder scoort. Als dat laatste gebeurt, is dat een signaal om te kijken wat de oorzaak van die verandering kan zijn.
Tot nu toe werd de CITO score uitgedrukt in letters: A, B, C, D of E. A= goed (0-25 % scoort hoger) B= voldoende tot ruim voldoende (25-50 % scoort hoger) C= onvoldoende tot voldoende ( 50-75 % scoort hoger) D= onvoldoende ( 75-90 % scoort hoger) E= zeer zwak (90-100% scoort hoger)
Omdat bij de oude normering ten onrechte lijkt dat een C gemiddeld is (er zitten immers 2 scores boven [A en B] en onder [D en E]) heeft CITO bij de vernieuwde toetsen (op dit moment rekenen, spelling en begrijpend lezen t/m groep 5/6) een nieuwe normering ingevoerd, die voorlopig nog naast de oude wordt gebruikt.
De nieuwe normering wordt uitgedrukt in de Romeinse cijfers I, II, III, IV en V. I = goed (0-20% scoort hoger) II= ruim voldoende (20-40% scoort hoger) III= voldoende (40-60% scoort hoger) IV= onvoldoende (60-80 % scoort hoger) V = zwak (80-100 % scoort hoger)
Het kan dus zijn dat uw kind in de oude normering een C scoort (wat gemiddeld lijkt) en in de nieuwe een IV. Het zal even wennen zijn, ook voor ons. Maar het wordt er uiteindelijk wel duidelijker op! |